‘Ik zou niet anders willen dan biologisch’

Robin Peeters kent beide werelden, maar twijfelt geen moment

Robin Peeters was acht jaar oud toen zijn ouders de keuze maakten om hun gangbare tuinderij in het Limburgse Neer om te schakelen naar biologisch. Ofschoon de nu 23-jarige student van Aeres Hogeschool Dronten daar dus niet actief bij betrokken was, is hij het volledig eens met de keuze van zijn ouders. Sterker: hij zou nooit terug willen.

‘We hoorden nooit wat terug, het ging op in het grote geheel’

‘Ik hielp in die tijd al wel volop mee. We hadden toen zeven hectare tuinbouwgrond. Prei, asperges en Chinese kool. Mijn vader en moeder deden altijd erg hun best om de producten er goed uit te laten zien, maar hoorden daar nooit iets van terug. Het ging op in het grote geheel. En dan het gedoe met de middelen: dan weer werd dat middel verboden, moest je weer op zoek naar iets anders. ‘Is dit de weg die wij willen gaan in de toekomst?’ hebben zij zich toen afgevraagd.

Het antwoord was ‘nee’, dus besloten Wim en Ellen Peeters om te schakelen. Uit liefde voor hun werk, uit liefde voor het product. ‘In 2000 werd die keuze gemaakt. Ze hebben gangbare grond bij gepacht, om daar een inkomen mee te garanderen. Het duurt ten slotte twee jaar voor je producten die van gangbare grond komen biologisch mag noemen. In 2002 kwamen de eerste biologische producten van ons land: aardappelen en prei.’

Zoeken naar afzetkanalen en kennis

Makkelijk was het niet, weet Robin nog van die tijd. ‘Het was vooral zoeken naar afzetkanalen. We zitten in Limburg bovendien in een gebied waar gangbare teelt de boventoon voert. We waren een vreemde eend in de bijt. Het was dus echt wel even zoeken naar afnemers. Maar we zijn ook meer en andere producten gaan telen. Zes verschillende gewassen, we verbouwen nu Chinese kool, pastinaak, prei, aardappelen, courgettes en tuinbonen.’

En dan het biologisch telen zelf. ‘We zijn veel op bezoek geweest in Flevoland, om daar kennis op te doen bij de bedrijven die daar zitten. Maar je moet het uiteindelijk toch zelf uitvinden. Alles waar we bang voor waren, vooral ziekten en plagen, bleef uit. Maar de onkruidbestrijding en bemesting zijn nog steeds een uitdaging. Toch heb ik het idee dat je, omdat je in de biologische teelt de gewassen niet zo opjaagt, ook sterkere gewassen krijgt.’

wieden wim-en-ellen-peeters-2-gewas

Nooit meer terug naar gangbare teelt

Wim en Ellen Peeters zouden nooit meer terug willen naar gangbare teelt en zoon Robin is dat volledig met hen eens. Waaom? ‘Het zit ‘m bijvoorbeeld in de diversiteit van de producten die we nu telen. We produceren nu ook veel meer naar de wens van de klanten. En een nieuw product verbouwen is erg leuk. Daarnaast heb je veel meer eer van je werk. Als je producten er mooi uitzien, hoor je dat ook terug. Dat hadden we vroeger nooit.’

En dan is er nog het gezondheidsaspect. ‘Het is niet alleen een gezond product, het wordt ook verbouwd in een gezond milieu. De bodem is gezond, wordt goed en met respect behandeld en blijft daardoor ook gezond. En de omstandigheden voor degenen die er werken zijn gezonder.

‘We moeten voorop blijven lopen’

En ja, er moet ook geld worden verdiend. ‘We zijn begonnen met 7 hectare. We hebben nu 35 hectare. Het gaat dus goed,’ lacht hij. Dat merkt hij ook in de omgeving. ‘Eerst heerste er bij de collega’s vooral scepsis. Nu is men voorzichtig positief en volgt men goed wat er gebeurt.’

Want over de toekomst twijfelt Robin geen moment: die ligt bij biologisch! ‘Je ziet dat gangbaar steeds meer naar biologisch toegroeit, omdat er in de gangbare land- en tuinbouw ook steeds minder middelen mogen worden gebruikt. Biologisch moet wel voorop blijven lopen. Je moet je kunnen blijven onderscheiden. En dat doe je met de kwaliteit van het product, de diversiteit aan producten en de gezonde manier waarop het geteeld wordt.’

schoffelen courgettes

Wereld van verschil op paar honderd meter afstand

Nu zou je kunnen zeggen dat Robin misschien de wereld van de gangbare teelt niet goed kent en daarom deze mening heeft. Maar dat is niet waar. ‘Ik wil graag het bedrijf van mijn ouders overnemen. Ik ben daarom toen ik 16 was naar de Warmonderhof in Dronten gegaan.’ Dat is de biologisch-dynamische middelbare beroepsopleiding in Nederland. ‘Ik heb daar geweldig veel geleerd als het gaat om teeltechnische zaken en hoe je met de bodem om moet gaan. Doordat ik het bedrijf thuis wil overnemen, wilde ik echter ook graag meer leren over bedrijfskunde en economie.’

Vandaar dat Robin besloot door te studeren. Een paar honderd meter verderop, aan toen nog CAH Vilentum, tegenwoordig Aeres Hogeschool Dronten. ‘Dat is echt een wereld van verschil. Zaten er op de Warmonderhof veel mensen van buiten de sector, allemaal met een interesse in biologisch en biologisch-dynamisch telen, op de CAH waren het vooral mensen uit de sector, maar dan wel de gangbare. Het zijn echt elkaars tegenpolen. Ook al als je de studenten ziet.’

‘Het heeft mijn blikveld enorm verruimd’

Maar Robin ziet de toegevoegde waarde van kennis van beide werelden. ‘Het heeft mijn blikveld enorm verruimd. En zo ontwikkel je ook een eigen visie. Het is goed om het van twee kanten te zien. Dat geeft me een voorsprong, nu ik ook heel goed weet hoe de gangbare sector in elkaar zit.’

Twijfels heeft het niet opgeleverd. ‘Integendeel. Het heeft alleen maar meer en meer bevestigd dat ik een biologische teler wil zijn.’ Het bedrijf van zijn ouders heeft de kinderziektes inmiddels overleefd en is enorm gegroeid. ‘Nautilus heeft daarbij een belangrijke rol gespeeld. In de moeilijke zoektocht naar afnemers hebben zij ons geholpen. De facturering loopt via hen en ook dat neemt ons veel werk en zorg uit handen. Nautilus ontwikkelt zich steeds beter. Men kent de vraag, speelt daar goed op in en informeert ons. Daarnaast leer je via de coöperatie ook andere telers kennen.’

wim-en-ellen-peeters-op-het-landrobin-peeters-bij-het-bedrijf-van-zijn-ouders

Trots en plezier

Kortom, de jongste Peeters twijfelt geen moment. ‘Sterker: als we toen die omschakeling niet hadden gemaakt, hadden we nu geen tuinbouwbedrijf meer, dat weet ik zeker. Dan waren mijn ouders het plezier in en de trots op hun bedrijf al lang kwijtgeraakt en waren ze iets anders gaan doen.’